google4a7bfff51fbfb056.html

Om gewassen in de tuin te kunnen krijgen, moet je zaaien of planten (of soms allebei na elkaar). Maar voordat je gaat zaaien of planten, moet je wel weten WAAR je dat gaat doen. Niet elke grondsoort is goed voor elk soort gewas, en bovendien: de meeste gewassen kunnen (of mogen) niet elk jaar op hetzelfde stuk grond geteeld worden. Een bekend voorbeeld daarvan zijn aardappelen en tomaten (aardappelmoeheid).
Elk soort gewas heeft een eigen behoefte aan bepaalde voedingsstoffen en zal bij langdurige teelt op hetzelfde stuk grond, deze grond uitputten voor wat betreft die voedingsstoffen. Daarom is wisselbouw heel belangrijk.
Daarnaast zijn er groenten die het naast elkaar uitstekend doen en elkaar zelfs helpen beter te gedijen of die elkaars vijanden afweren en groenten die je beter niet naast elkaar kunt zetten. Ook zijn er planten die giftig zijn, maar uitstekend kunnen dienen als natuurlijke insecticiden (combinatieteelt).

Om dit alles in goede banen te leiden is kennis van planten en hun specifieke behoeften en eigenschappen wel handig, maar ook ervaring met de groenten in verband met de toestand van de grond en het microklimaat op je tuin is belangrijk.

Uiteindelijk kan al deze kennis worden omgezet in een teeltplan, waarin je aangeeft op welk stuk grond welke groente komt. Dit teeltplan kan dan jaarlijks worden aangepast met de opgedane kennis en ervaringen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *