google4a7bfff51fbfb056.html

GLB-vergroeningsmengsel
(100 gram per 100 m2 is doorgaans voldoende)
58% Sinapis Alba (Gele Mosterd)
is voor het meeste wild geschikt maar heeft ook nadelen het is dominant aanwezig en verdrukt daardoor andere soorten en bij een beetje vorst sterft het af. Wordt ook veel toegepast als groenbemester.
Witte mosterd is een plant behorende tot de kruisbloemigen, die veel als groenbemester wordt geteeld en waarvan de zaden voor het maken van mosterd worden gebruikt. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden bloeit de plant met gele bloemen, vandaar dat in Nederland meestal over gele mosterd wordt gesproken.
Gele mosterd komt voor in Eurazië. De plant heeft 2n = 24 chromosomen.
Voor de teelt van mosterd worden andere rassen gebruikt dan voor groenbemesting.
Beschrijving
De eenjarige planten kunnen ongeveer 60 tot 120 cm hoog worden en hebben een kantige stengel. De behaarde bladeren zijn lang-eivormig en diep ingesneden. Bij zaai in maart bloeit de plant in juni en juli met gele bloemen, die in een tros gerangschikt zijn.
De vrucht is een hauw. De ronde zaden zijn rijp geel, 2 tot 2,5 mm groot en mat. Ze bevatten olie, eiwit en het scherp smakende glycoside sinalbine.
Groenbemesting
Gele mosterd kan later gezaaid worden dan bladrammenas en wordt gezaaid vanaf 10 augustus tot begin september. Het heeft een snelle grondbedekking, waardoor het onkruid goed onderdrukt wordt en vormt een lang gewas. Gele mosterd maakt wel minder wortels dan bladrammenas. Ook komt gele mosterd snel in bloei. Het gewas is
vorstgevoelig, waardoor het makkelijk ondergeploegd kan worden. Gele mosterd is sterk vatbaar voor knolvoet en kan aangetast worden door het bietencysteaaltje.
Zaaispecificatie:
Hoogte: 100 cm
Zaaitijd: Mrt/aug
Zaaihoeveelheid: 20 kg/ha
Diersoort: veerwild, insecten Drachtplant N5 P5 bloei mei-juli

18% Bladrammenas (Raphanus sativus subsp. oleiferus)
is een niet of weinig knoldragende vorm van rammenas en wordt gebruikt voor groenbemesting en
creëren van dekking en voedsel voor het wild. Bladrammenas hoort tot het geslacht radijs uit de Kruisbloemenfamilie (Cruciferae oftewel Brassicaceae). De kroonbladen zijn meestal paars geaderd en de houtige doosvrucht is tweedelig.
Groenbemesting
Bladrammenas wordt als stoppelgewas gezaaid vanaf 10 augustus tot eind augustus. Bij te vroeg zaaien gaat rammenas bloeien en vormt zaad. Bladrammenas heeft een snelle ontwikkeling en vormt een hoog gewas, waardoor het onkruid goed onderdrukt wordt. Het gewas is vorstgevoelig, zodat het na vorst makkelijk onder geploegd kan worden. De drogestofopbrengst is ongeveer 3900 kg per ha.
Lokgewas
Daarnaast worden resistente rassen van bladrammenas als lokgewas gebruikt voor het bestrijden van schadelijke aaltjes, zoals het bietencysteaaltje. Door de wortels van de bladrammenas worden de larven uit de cysten gelokt, maar ze kunnen zich hierop niet vermeerderen. Hiervoor moet voor een goed resultaat wel in het voorjaar gezaaid
worden, omdat in het najaar de bodemtemperatuur te laag is voor een goede lokking. Als het gewas voor ongeveer 70% in bloei staat moet het een keer gemaaid worden om zaadvorming te voorkomen.
Bladrammenas is een waardplant van het witte (Heterodera schachtii) en het gele bietencysteaaltje (Heterodera trifolii). Daarom moeten er tegen deze aaltjes resistente rassen gebruikt worden. Bladrammenas is weinig gevoelig voor knolvoet.
Zaaispecificatie:
Hoogte: 70cm
Zaaitijd: Maart t/m augustus
Kg per ha: 20kg
Diersoort: Ree, haas en fazant, insecten Drachtplant N5 P5 bloei mei-juni

12% Phacelia tanacetifolia
is een honingbloem dus een trekpleister voor bijen en andere insecten en dat brengt natuurlijk ook andere diersoorten met zich mee. Phacelia is de botanische naam van een geslacht in de Ruwbladigenfamilie
(Boraginaceae). Het geslacht werd vroeger wel ondergebracht in de bosliefjesfamilie (Hydrophyllaceae), maar de Angiosperm Phylogeny Group heeft alle planten in die familie ingevoegd in de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae).
Het geslacht bevat ongeveer 150 soorten kruidachtige planten, die merendeels inheems zijn in Noord-Amerika en Zuid-Amerika. Veel soorten uit dit geslacht worden als tuinplanten geteeld. In de Benelux komt alleen Phacelia (Phacelia tanacetifolia) verwilderd voor.
Zaaispecificatie:
Hoogte: 50 cm
Zaaitijd: voorjaar
Zaaihoeveelheid: 12 kg/ha
Diersoort: veerwild, insecten Drachtplant N5 P5 bloei mei-september

12% Alexandrijnse Klaver (Trifolium alexandrinum)
De plant lijkt op rode klaver, maar de bloemen zijn rustig getint: groenwit van kleur en het blad is langwerpig blauwgroen zonder vlek. Deze vlinderbloemige is in staat stikstof uit de lucht te binden en op te slaan in de wortels. Bij afmaaien en doorwoelen komt deze beschikbaar voor andere planten.
Alexandrijnse klaver kan goed tegen nattere grond en is zeer goed onkruid onderdrukkend. ’s Winters sterft deze eenjarige plant gegarandeerd af.
Zaaispecificatie:
Hoogte in cm: 20cm
Zaaitijd: mrt/mei
Zaaihoeveelheid: 25 kg per ha
Diersoort: Haas, ree, fazant en insecten Drachtplant N3 P5 bloei mei-september

Informatiebronnen: http://www.hofmanap.nl en http://www.drachtplanten.nl
Dit zaadmengsel is ter beschikking gesteld door de Bijenvereniging Noordoostpolder e.o.